Logo Monumententoezicht Logo Erm 0toezichtsrapportage

Bestuurlijke boete

De Wabo geeft (nog) geen grondslag voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Onder bestuurlijke boete wordt verstaan "de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom." (art. 5:40 lid 1 Awb.). De bestuurlijke boete kan door het bestuursorgaan worden opgelegd aan een overtreder, maar alleen als hem de overtreding valt te verwijten. De dwangsom geeft een overtreder de gelegenheid om de onrechtmatige situatie ongedaan te maken. De bestuurlijke boete geeft “lik op stuk”. Dwangsom en bestuurlijke boete kunnen in combinatie met elkaar worden opgelegd.

De wet bepaalt de maximum hoogte van de bestuurlijke boete die kan worden opgelegd: maximaal € 18.500,- en veelal afhankelijk van de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten (art. 5:46 lid 1 Awb.). Met betrekking tot de procedurele aspecten van de bestuurlijke boete is bepaald dat het bestuursorgaan en de aangewezen toezichthouder een rapport van de overtreding kunnen opstellen. Toch treedt een eventueel proces-verbaal van bijvoorbeeld de politie, als dit proces-verbaal is opgemaakt, hiervoor in de plaats. Het bestuursorgaan moet de overtreder, als hij daarom vraagt, de gegevens laten inzien en afschriften laten vervaardigen (art. 5:49 lid 1 Awb.).

Als er een rapport is opgemaakt over de bestuurlijke boete, beslist het bestuursorgaan binnen dertien weken (circa drie maanden) na dagtekening van dat rapport tot oplegging van de bestuurlijke boete (art. 5:51 lid 1 Awb.). Hiertoe geeft het bestuursorgaan een beschikking af, die de naam van de overtreder en het bedrag van de bestuurlijke boete vermeldt (art. 5:52 Awb.).